KLEIN-DIEREN
OUD-DUITSE MEEUWEN

Home

AUSTRALORP-KIPPEN
KONIJNEN
OUD-DUITSE MEEUWEN
ANDEREN DUIVEN
TEKOOP
foto's
KLEINDIEREN MARKT

meeuwtjesbroed.jpg

oud-duitsemeeuwen koppel.

De Oud-Duitse Meeuw komt oorspronkelijk uit Duitsland en is de oorspronkelijke vorm van alle Duitse Schildmeeuwen. Het is het eerste ras dat, door overeenkomst met de zilvermeeuw, in Duitsland als Meeuwtje werd betiteld. In Duitsland werd het ras in 1956 erkend.

Op dit moment zijn Oud-Duitse Meeuwen heel erg populair in Nederland. Men ziet ze vaak op de tentoonstellingen en er is een grote vraag naar deze dieren.

De Oud-Duitse Meeuw is een middelgrote, gedrongen, vertrouwelijke duif met een uitgesproken meeuwenkarakter. De middellange snavel, de ronde kop en het goed ontwikkelde jabot zijn typische raskenmerken.

Er zijn verschillende kleurslagen erkend. De verschillende kleuren kunnen worden ingedeeld in drie groepen: de eenkleurigen, de schildgetekenden en de kleurstaarten. De eenkleurigen zijn alleen erkend in wit. De schildgetekenden komen in de volgende kleurslagen voor: zwart, rood, geel, blauw met zwarte banden, blauwzilver met donkere banden, roodzilvergeband, geelzilver geband, bruinzilver geband, blauw met witte banden, lichtblauw met witte banden, blauwzilver ongeband, geel-, blauw- en roodzilver gekrast en roodgezoomd. Bij de laatste moet de zoming om elke vleugelveer even breed zijn en daarbij een zo licht en zuiver mogelijke grondkleur hebben. De kleurstaarten zijn erkend in zwart, rood, geel en blauw.

Bij het beoordelen van Oud-Duitse Meeuwen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:

  • Type en stand
  • Kop en snavel
  • Kap
  • Jabot
  • Kleur en tekening

Type en stand - Oud-Duitse Meeuwen hebben een compact type en een lage stand. De brede borst wordt naar voren gedragen en is goed gerond. De rug is breed in de schouders en naar achteren toe versmallend en afhellend. De krachtige vleugels worden strak tegen het lichaam gedragen. Ze dekken de rug af en rusten op de staart. De staart is zo kort mogelijk en gesloten. De benen zijn kort en de dijen zijn nauwelijks zichtbaar. De loopbenen en de tenen zijn onbevederd.

Kop en snavel - De kop van een Oud-Duitse Meeuw is zo rond mogelijk. De kop moet breed zijn en een goed gevuld voorhoofd hebben. De ogen zijn groot, levendig en donker. De oogranden zijn fijn en licht. De snavel is krachtig en middellang en vormt met het voorhoofd een stompe hoek. De hals is kort en krachtig en wordt teruggetrokken gedragen.

Kap - Op de kop zetelt een volle schelpkap met middelgrote, goed gesloten rozetten.

Jabot - De Oud-Duitse Meeuw heeft een goed ontwikkelde jabot en bij de keel een lichte wam.

Kleur en tekening - De kleuren zwart, rood en geel moeten zo intensief mogelijk zijn. De blauwen, blauw-, bruin-, rood- en geelzilvers moeten schone, niet gewolkte schilden hebben. De banden zijn lang en smal. Bij schildgetekenden is de grondkleur wit met aan elke vleugel 7-11 witte buitenste slagpennen. Bij dieren met gekleurde vleugelschilden moet naar gekleurde duimveren en doorgekleurde mantelpennen moet worden gestreefd; enige kleur achter de benen is toegestaan.
De kleurstaart heeft een gekleurde staart met gekleurd boven- en onderstaartdek, iets wit in de kiel is toegestaan.


klein-dieren